Programma Méérbelangen 2014-2018

Programma Méérbelangen 2014-2018
Plezierig wonen en werken in Amsterdam Oost

Het Stadsdeel Oost wordt na de verkiezingen van 19 maart 2014 een bestuurscommissie met veel minder bevoegdheden dan voorheen. Ten tijde van de totstandkoming van dit programma stond nog niet geheel vast wat de precieze bevoegdheden van het stadsdeel nieuwe stijl zullen zijn. Méérbelangen blijft zich sterk maken voor plezierig wonen en werken voor alle bewoners van het stadsdeel.

In dit programma bewoners 3 plezierig leven voor iedereen 3 wonen en bouwen 4 openbare ruimte, milieu en veiligheid 5 economie 6

Bewoners
Bewoners weten als geen ander wat er in hun buurt speelt en waaraan behoefte is. Daarom moeten zij actief worden betrokken bij het maken van plannen voor de buurt. Wat ons betreft gaat deze betrok¬kenheid verder dan inspraak; bewoners moeten in staat worden gesteld écht mee te denken en mee te ontwerpen, vanaf het allereerste stadium. Zo worden breed gedragen besluiten gegarandeerd en wordt frustratie over het optreden van de stadsdeelorganisatie voorkomen.

Vrijwilligers
De samenleving drijft voor een belangrijk deel op vrijwilligers. In financieel moeilijke tijden is hun inbreng nog belangrijker. In de sport, het maatschappelijk werk en in de politiek zijn vrijwilligers onmisbaar. Vrijwilligerswerk is waardevol en moet gefaciliteerd worden, bijvoorbeeld door het tegen vriendelijk tarief aanbieden van huisvesting voor vrijwilligersorganisaties. Bij planvorming door de be¬stuurscommissie moet ook de visie van vrijwilligers ruimte krijgen. Zij weten wat er speelt en wat goede oplossingen kunnen zijn.

Participatie en Inspraak
Goede besluitvorming begint voor ons bij openheid en transparantie. De stadsdeelorganisatie moet be¬woners actief op de hoogte brengen en houden van wat er in hun leefomgeving gebeurt, welke plannen op stapel staan. De noodzakelijke informatie moet tijdig worden verstrekt, zodat de stadsdeelbewoners ruim de gelegenheid hebben om zich een gedegen oordeel te vormen. Vervolgens moet er goed naar de bewoners worden geluisterd en moet er ook echt iets worden gedaan met de inbreng. Pas dan is echte inspraak een feit.

De stadsdeelorganisatie doet er ook goed aan om bij belangrijke zaken de meningen in het stadsdeel te peilen via een enquête. Ook resultaten van beleid kunnen op deze manier uitstekend worden gemeten. De bewoners, als experts van hun woonomgeving, kunnen natuurlijk ook zelf aangeven waaraan in hun buurt moet worden gewerkt.

Uiteraard dient het stadsdeelbestuur de uitkomst van inspraak, opiniepeilingen en referenda te respecteren. Om het contact met bewoners te verstevigen en zo de participatie op een hoger niveau te brengen, is het van belang dat er in elke buurt een vorm van bewonersvertegenwoordiging is zoals een buurtbe-heergroep of community. Het stadsdeel dient deze groepen te faciliteren en ambtelijke capaciteit ter beschikking te stellen om deze groepen bij te staan, zowel om informatie te geven als om de wensen en van deze groepen uit te dragen in de stadsdeelorganisatie.

Dus:
• Het stadsdeel betrekt bewoners meer en eerder bij planvorming
• Het stadsdeel ondersteunt buurtbeheergroepen en communities

Plezierig leven voor iedereen

Onderwijs

Gebouwen
Er dienen voldoende schoollokalen te zijn in alle delen van Oost. Dat betekent dat schoolgebouwen flexibel moeten worden ingezet zodat er als een groot aanbod is van kinderen gemakkelijk en snel lokalen aan een school kunnen worden toegevoegd die in tijden van minder kinderen een andere functie kunnen krijgen.

Schoolkeuze
Vrije schoolkeuze in het basis- en het middelbaar onderwijs staat voor Méérbelangen voorop. We vinden dat de vorming van ‘zwarte’ basisscholen moet worden tegengegaan door ouders van leerlingen met een taalachterstand een niet-bindend advies te geven over de keuze van een school. Op die manier wil¬len we (culturele) diversiteit op alle scholen waarborgen.

De bestuurscommissie dient nauwlettend toezicht te houden op de financiën van de stichting waarin het openbaar onderwijs is ondergebracht. Daarbij zal er vooral op worden gelet dat zoveel mogelijk geld aan onderwijs wordt besteed en er zo min aan organisatiekosten.
Dus:
•Voldoende leslokalen, in multifunctionele gebouwen
• Niet-bindend schoolkeuzeadvies voor ouders van leerlingen met een taalachterstand

Sport en Recreatie
Bewegen is gezond. Mensen van alle leeftijden moeten we daarom uitdagen te bewegen. Te beginnen bij de jeugd. Kinderen moeten in hun buurt op fiets- en loopafstand kunnen sporten. Sport is méér dan vrijetijdsbesteding. Sport is stimulerend voor een goede gezondheid, helpt sociaalvaardig maken en

verbindt mensen. Als mogelijkheden voor sport in de buurt denken wij aan Johan-Cruijffveldjes, jeu-de-boules banen, tennisbanen, basketbalveldjes, et cetera.
Stimulering en ondersteuning van sport en bewegen werken het beste bij een integrale aanpak. Scholen, buurtbeheergroepen, verenigingen, stadsdeel en particuliere sportaanbieders moeten de handen ineen¬slaan. Het stadsdeel coördineert en faciliteert. Zo maken we het voor de verenigingen mogelijk om het kader te professionaliseren en voldoende vrijwilligers aan te trekken en te behouden, om op die manier continuïteit te waarborgen. We zijn tegen het bebouwen van sportvelden. Sterker nog, waar mogelijk moeten er velden en andere accommodaties bij komen. Vooral ook op IJburg.
Sportvoorzieningen dienen te voldoen aan de wensen en behoeften van de gebruikers. Vrijkomende accommodaties moeten we geschikt maken voor andere sporten waarnaar meer vraag is, Bestaande accommodaties kunnen intensiever worden gebruikt. Zo zouden sporten die elkaar niet in weg zitten, omdat ze bijvoorbeeld in verschillende seizoenen worden beoefend, een accommodatie kunnen delen. Sportaccommodaties kunnen ook multifunctioneel worden gemaakt, zodat ze ook kunnen worden gebruikt voor kinderopvang en naschoolse opvang.

Individualisering in de sport maakt dat er behoefte is aan voorzieningen voor bijvoorbeeld inline-skating of joggen. Dat betekent dat we van de sportparken volwaardige openbare sport- en recreatiecomplexen moeten maken.

Ook jonge kinderen moeten in de buurt veilig buiten kunnen spelen en bewegen. Speeltuinen en speel¬plekken voor verschillende leeftijden zijn in een leefbare wijk dan ook noodzakelijk. Ook schoolpleinen kunnen we geschikt maken als speelplaats buiten schooltijd. Wel moet bij de locatiekeuze aandacht worden besteed aan eventuele overlast die trapveldjes e.d. voor de buurt kunnen geven, bijvoorbeeld omdat zij als hangplek worden gebruikt.

Volkstuinen
Volkstuinen staan overal onder druk. Wij vinden dat ze behouden moeten blijven en, waar mogelijk, overdag openbaar toegankelijk moeten zijn.

Dus:
• Behoud en uitbreiding van sportvelden en andere sportaccommodaties, vooral ook op IJburg
• Intensiever gebruik van bestaande accommodaties
• Behoud van (zo veel mogelijk openbaar toegankelijke) volkstuincomplexen

Cultuur en Kunst
Beeldend kunstenaars hebben behoefte aan ateliers en broedplaatsen. Ook clubs in tijdelijk niet ge¬bruikte gebouwen, leveren een belangrijke bijdrage aan een divers cultureel aanbod. Het stadsdeel moet stimuleren dat leegstaande (kantoor)gebouwen als broedplaatsen kunnen worden gebruikt.
Naast professionele kunstenaars verdienen ook amateurs aandacht en stimulering. Het stadsdeel huis¬vest veel grote en kleine festivals. Voorkomen moet worden dat de veelheid aan festivals een overdaad aan overlast voor de omliggende buurten geven. Het geheel afsluiten van delen van de openbare ruimte (zoals een park) over meerdere dagen, wijst Méérbelangen af.

De Universiteit van Amsterdam en de Hogeschool van Amsterdam hebben grote vestigingen in het stadsdeel. Daardoor studeren en wonen veel studenten in Oost. Het culturele aanbod moet ook op deze groep worden toegespitst, met clubs, bioscopen, festivals et cetera.
Bibliotheken moeten inspelen op de veranderende behoeften. Ook particuliere bibliotheekinitiatieven dienen ruimte te krijgen.

Dus:
• tijdelijk leegstaande gebouwen aanwenden als broedplaats.
• Overlast door evenementen voorkomen

Welzijn en Zorg
Op welzijnsgebied verandert er de komende tijd veel op gemeenteniveau. Bij het maken van dit pro¬gramma is het nog niet bekend welke bevoegdheden de stadsdelen op dit terrein krijgen. Méérbelangen is voor de menselijke maat, ook in de zorg en het welzijnswerk. Dat betekent dat uitvoeringsorganisaties niet te grootschalig moeten zijn en moeten weten wat er in de buurt speelt. De voorzieningen op het gebied van gezondheidszorg moeten aansluiten op de behoeften van de
bewoners. Die zorg moet zo veel mogelijk in de eigen woonomgeving beschikbaar zijn. Het gaat dan vooral om huisartsen, tandartsen, therapeuten en apotheken. Waar nodig moet het stadsdeel stimu¬lerend en regulerend optreden om de juiste voorzieningen met een goede spreiding over de buurten gerealiseerd te krijgen.

Schuldhulpverlening zal beter en reëler in moeten spelen op de vraag in het stadsdeel.

Vrijwilligerswerk is waardevol. Dat willen wij dan ook stimuleren. Dit in harmonie met de mantelzorg (familie- en burenhulp) en gecoördineerd door professionele werkers. De organisatie is het meest ef¬fectief als we dit op buurtniveau aanpakken.

De organisatie van het welzijnswerk moeten we voortdurend onder de loep houden. Als het stadsdeel afhankelijk is van welzijnsstichtingen, kan de continuïteit van de dienstverlening in gevaar komen. Een nieuwe kijk op vraag en aanbod, waarbij meerdere aanbieders met elkaar concurreren, zien we als een oplossing.
Er moeten voldoende accommodaties voor sociale en culturele activiteiten beschikbaar zijn en deze moeten dicht bij de mensen staan. Vraag en aanbod van deze accommodaties moeten met elkaar in evenwicht worden gebracht. Goede planning kan leiden tot optimaal gebruik van de beschikbare ruimtes. Ook initiatieven van bewoners, al dan niet in verenigingsverband, moeten ‘onderdak’ kunnen krijgen.
Het jongerenwerk moet zijn gericht op de werkelijke wensen en behoeften van jongeren en anderen. Omdat de behoeften en de samenstelling van de doelgroep steeds wijzigen, moeten we hier regelmatig onderzoek naar doen. Voorzieningen voor jongeren moeten overal in het stadsdeel op peil zijn.

Dus:
• Huisartsen, tandartsen, therapeuten en apotheken zo veel mogelijk beschikbaar in de eigen
woonomgeving
• Het welzijnsaanbod optimaliseren door verschillende welzijnstichtingen met elkaar te
laten concurreren

Ouderen
Ouderen raken door ‘Het Haagse beleid’ steeds meer zekerheden kwijt. Het idee, dat ouderen voldoende ‘eigen kracht’ kunnen ontwikkelen en zelfredzaam zijn, is maar ten dele waar. Hulp bij het Huishouden. Thuiszorgers zijn meer dan alleen schoonmakers, zij signaleren als er iets misgaat en zij geven ouderen adviezen hoe er met een afnemende lichamelijke conditie kan worden voortgeleefd. Daar komt bij, dat de signaleringsfunctie een tijdig ingrijpen bevordert waardoor bijvoor¬beeld opname in een ziekenhuis of verpleeghuis kan worden vermeden.
Persoonlijke verzorging. Méérbelangen is voor keuzevrijheid. Als iemand niet meer in staat is om de per¬soonlijke verzorging zelf goed uit te voeren, dan moet er gevraagd worden aan de betreffende oudere of patiënt wie dat het beste kan overnemen: een mantelzorger, iemand die men aanwijst via de PGB-regeling of een professional. In dat laatste geval zou dat iemand met een ziekenverzorgingsdiploma kunnen zijn. Deze professionals, die de persoonlijke verzorging als specialiteit hebben, dienen net als de wijkverpleging en de huisarts betaald en aangestuurd te worden door het zorgkantoor. Ouderen hebben het recht om in hun vertrouwde omgeving te blijven wonen. Goed bereikbare voorzie¬ningen op het gebied van zorg en dienstverlening in de buurt moeten dat mogelijk maken. Zo moeten er voldoende woningen zijn die geschikt zijn voor ouderen, en die zijn gelegen in de buurt van specifiek voor hen belangrijke voorzieningen zoals een verzorgingshuis of woonzorgcentrum, restauratieve en medische voorzieningen.

Dus:
• Keuzevrijheid bij de persoonlijke verzorging
• Huisartsen, tandartsen, therapeuten en apotheken zo veel mogelijk beschikbaar in de
eigen woonomgeving

Wonen en Bouwen
Méérbelangen gelooft in de menselijke maat. Het idee van de ‘compacte stad’ kan hiermee op gespan¬nen voet komen te staan. Een compacte stad betekent immers meer verdichting en dat leidt veelal tot hoogbouw en alle problemen van dien. Te veel verdichting gaat ten koste van de leefbaarheid en vermindert de sociale cohesie; buren kennen elkaar niet meer en de anonimiteit wordt vergroot. Ons stadsdeel is op veel plaatsen al dicht bebouwd, daar is verdere verdichting ongewenst. Bebouwen ten koste van groen is taboe, tenzij reële compensatie van eenzelfde hoeveelheid groen in de onmiddel¬lijke nabijheid plaatsvindt. Wij vinden de woningdichtheid (aantal woningen per ha) in nieuwe buurten beperkt moet blijven tot ca. 50. Kleinere bouwplannen in 19e en 20e eeuwse wijken moeten qua dicht¬heid en volume de bestaande bebouwing niet overstijgen.
Op de Oostelijke eilanden is gekozen voor een relatief kleine openbare ruimte, met als argument dat be¬staand openbaar (vaar)water voor de nodige ruimte in de buurt zorgt. In het licht hiervan is het bouwen in het water ongewenst. Hierdoor wordt de openbare ruimte immers nog verder in omvang terugge¬bracht. Dus geen uitbreiding van winkelcentrum Brazilië in het water.
In stedenbouwkundige plannen moet duurzaamheid meer aandacht krijgen. In voorschriften en bij af¬spraken met ontwikkelende partijen moet het gebruik van duurzame bouwmaterialen worden gestimu¬leerd. De luchtkwaliteit mag voor bewoners niet verslechteren als gevolg van nieuwe ontwikkelingen.
Dus:
• Geen bebouwing van groen, tenzij minimaal 100% compensatie in de buurt
• Geen excessieve hoogbouw die niet aansluit bij de omliggende buurten zoals bijvoorbeeld Fountain-
head op de Oostelijke eilanden
• Geen bebouwing op het water bij Oostelijke eilanden
• Gebruik duurzame bouwmaterialen stimuleren
• Geen verdichting als daardoor de luchtkwaliteit verslechtert
• Bij verdichting de bestaande woningdichtheid in het stadsdeel niet overschrijden

Wij zijn fel gekant tegen bebouwing rond sportparken met als argument dat de sociale veiligheid daar¬door zou toenemen.

Planvorming
Voor het draagvlak van grootschalige bouwplannen is het van belang dat bewoners daarbij zo vroeg mogelijk worden betrokken. Dat betekent dat bewoners die het aangaat, in een vroeg stadium moeten kunnen meedenken over wat er gebouwd gaat worden en welk volume wordt gerealiseerd. Al te vaak blijkt dat het grootste probleem bij bouwplannen de hoeveelheid vierkante meters zijn die moeten worden gerealiseerd. Niet de hoogte van de grondopbrengst (grondexploitatie) moet leidend zijn, maar de beste stedenbouwkundige invulling.
Dus:
• Bewoners moeten hun opvattingen duidelijk kunnen maken voorafgaand aan eerste planvorming
• Niet maximalisering van de grondopbrengst is leidend, maar een zorgvuldige stedenbouwkundige
invulling met het oog op een plezierig woon- en leefklimaat.

Wonen
Méérbelangen gelooft in gemengde wijken, waar zowel jongeren als ouderen wonen, gezinnen en al¬leenstaanden, financieel draagkrachtigen en minder draagkrachtigen. Gemengde wijken zijn goed voor het draagvlak voor de voorzieningen in en rond een wijk. Het stadsdeel moet de menging van wijken stimuleren, door transparante afspraken te maken met corporaties. Hierbij dient duidelijk rekening gehouden met de samenhang in de levensstijlen van toekomstige bewoners.
Het is goed als mensen een ‘wooncarrière’ kunnen maken in het stadsdeel. Daarvoor is diversiteit in het woningaanbod nodig: starterswoningen, eengezinswoningen en ouderenwoningen. In de afgelopen tijd zijn in het stadsdeel zeer veel studentenwoningen gebouwd, vooral in het Science-park in de omgeving van de Wibautstraat. Om een gevarieerd woningaanbod te bereiken, hoeven er in die buurten geen studentenwoningen meer bij te komen.
Dus:
• Gevarieerd woningaanbod, niet alleen appartementen maar ook eengezinswoningen
• Studentenwoningen alleen daar waar nog geen hoge concentratie studentenwoningen is
• Afspraken met woningcorporaties over woningtypen, onderhoud, renovatie, sloop en nieuwbouw

Behoud sociale-huurwoningen en 19e-eeuwse ring
In het verleden hebben woningcorporaties veel plannen gemaakt om bestaande sociale-huurwoningen te slopen, met als doel betere nieuwbouwwoningen te realiseren. Vooral in de Indische Buurt. Dat is in onze ogen het paard achter de wagen spannen. Nieuwe sociale-huurwoningen zijn altijd duurder in huur dan de bestaande. Bovendien worden veelal duplexwoningen met tuin of woningen in de 19e eeuwse ring (Dapperbuurt, Oosterparkbuurt) gesloopt die juist zeer gewild zijn bij de doelgroep. Ervoor in de plaats komen duurdere hoogbouwwoningen, ten koste van groen of van behoudenswaardige 19e-eeuwse gevels. Wij kiezen voor behoud van dit soort sociale-huurwoningen. Nieuwbouw kan plaatsvinden op de nieuwbouwlocaties zoals Zeeburgereiland en Amstelkwartier.
Met woningcorporaties en moeten elke twee jaar afspraken worden gemaakt over de plannen met hun bezit in het stadsdeel. Het gaat dan om onderhoud, renovatie, nieuwbouw en herbestemming. Zulke afspraken geven zekerheid voor zowel de huurder, de corporatie als het stadsdeel.
Bij eventuele sloop- of renovatieprojecten moeten zittende bewoners voor het behoud van sociale structuren een terugkeergarantie krijgen tegen een passende huur. Het stadsdeel dient zich kritisch op te stellen bij advies over het afsluiten van tijdelijke huurcontracten door woningcorporaties. Die maatregel leidt er veelal toe dat corporaties niet meer investeren in het tijdelijk verhuurde woningbezit. Uiteinde¬lijk heeft dit negatieve gevolgen voor de sociale cohesie en het woon- en leefklimaat in de betreffende buurt.
Dus:
• Gewilde sociale-huurwoningen zoals in Tuinwijck en Amsteldorp behouden
•Afspraken met corporaties over onderhoud, renovatie en nieuwbouw
• Terugkeergarantie bij renovatie en sloop

Nieuwbouw en renovatieprojecten
Bij bouwprojecten moet altijd goed worden gekeken naar woningtypen waaraan in een bepaalde buurt behoefte is met het oog op de gewenste bevolkingssamenstelling. Doorstroming van ouderen naar goed betaalbare kleinere woningen in de buurt kan grote woningen vrij maken voor huishoudens met kinderen. Woningverbetering is van groot belang voor een plezierig woon- en leefklimaat. Altijd staat overleg met de bewoners -vanaf de eerste planvorming- voorop.
Nieuwbouwwijken moeten zo worden aangelegd, dat ze meer energie leveren dan ze kosten. Dat is mogelijk door gebruik te maken van innovatieve technieken. In deze duurzame nieuwbouwwijken is groen heel belangrijk. Daarom vinden wij dat geveltuintjes bij nieuwbouw standaard moeten worden aangelegd. Ook goede inpandige parkeerplaatsen voor fietsen horen bij duurzame nieuwbouw. Voor auto’s worden ondergrondse parkeerplaatsen aangelegd.
Dus:
• Keuze in type woningen afstemmen op behoefte in de buurt
• Stadsdeel controleert vraagstelling en interpretatie van bewonersenquêtes die corporaties houden bij
renovatie en nieuwbouw
• Nieuwbouwwijken moeten, door gebruik te maken van innovatieve technieken, meer energie leveren
dan ze kosten, en zo actief bijdragen aan vermindering van de CO2-uitstoot
• Geveltuintjes worden bij nieuwbouw standaard aangelegd, waarbij afspraken worden gemaakt over
onderhoud en beheer door de bewoner
• Duurzaam bouwen begint bij niet meer slopen
Woonschepen en woonarken
Wonen op het water is een volwaardige woonvorm. Uitgangspunt hierbij is dat wonen op het water dezelfde rechten en plichten met zich meebrengt als wonen op het land. Méérbelangen vindt dat woonbootbewoners bescherming verdienen door middel van een woonschepenbeleid dat voor het hele stadsdeel geldt, en opname in het bestemmingsplan. De werkelijke en vergunde maatvoering zijn hierbij uitgangspunt. Om vanaf de wal zicht op het water te houden, zullen woonboten op basis van vrijwil¬ligheid worden verplaatst. Bij grootschalige ontwikkelingsplannen, waarover de centrale stad de regie voert, zoals Overamstel en IJburg, vinden wij dat de bestaande en bestemde woonschepen gerespec¬teerd moeten worden. Bij herschikking dienen deze woonschepen een ligplaats te krijgen die zo dicht mogelijk bij hun oude locatie is en zo veel mogelijk dezelfde faciliteiten kent. De openbare ruimte naast de ligplaats is geen privétuin maar dient openbaar te blijven.

Dus:
• Woonschepenbeleid om woonbootbewoners te beschermen
• Bij woonschepenlocaties blijft de oever openbaar.
openbare ruimte, milieu en veiligheid
Openbare Ruimte
De openbare ruimte is het visitekaartje van het stadsdeel. Die vormt de eerste indruk die bewoners en bezoekers van het stadsdeel krijgen als ze op straat wandelen of rijden. Wij vinden daarom dat de open¬bare ruimte veel aandacht van het stadsdeel verdient. Ook moet er, zeker in dichtbebouwde buurten, genoeg openbare ruimte zijn om de leefbaarheid voor de bewoners te garanderen. In sommige buurten, zoals op het Oostelijk Havengebied, is de openbare ruimte bewust klein gehouden om zo drukte op straat te creëren, maar ook omdat het omliggende water voldoende ruimte en lucht zou geven. Op wa¬ter kun je echter niet voetballen, picknicken, fietsen of steppen. Juist in deze buurten mag daarom geen openbare ruimte meer worden opgeofferd aan woningbouw.
De openbare ruimte moet er niet alleen goed uitzien, maar moet ook schoon, heel en veilig zijn.
Dus:
• De openbare ruimte moet goed worden onderhouden en beheerd, en het moet er schoon zijn
• Het stadsdeel heeft de zorg hiervoor en dient maatwerk te leveren
• Buurtbeheergroepen e.d. geven aan waar het een beetje meer kan en waar het minder kan
• Communicatie over het gebruik van de afvalcontainers is heel belangrijk. Bewoners dienen te worden
gestimuleerd en verleid om de containers op de juiste wijze te gebruiken, bijvoorbeeld via adoptiepro¬
jecten voor afvalcontainers, maar ook voor stukjes openbare ruimte
• Hondenpoep moet worden opgeruimd door de bezitters. Hier dient ook gehandhaafd te worden.
Natuur in de Buurt
Om de biodiversiteit te waarborgen, moet er ook voor dieren voldoende leefruimte zijn in de vorm van onverhard oppervlak, bomen, struiken en ander hoogwaardig groen. We maken ons hard voor meer hoog¬waardig groen in het stadsdeel, op loopafstand van alle woningen. Zeker op de eilanden heeft dit voor ons prioriteit, want daar worden bomen en parken door velen gemist. Omdat de ruimte in het stadsdeel schaars is, streven we ernaar dat die op verschillende manieren kan worden gebruikt. Recreatief groen dient natuurvriendelijk – niet te aangeharkt! – te worden ingericht. Zo kunnen recreatie en natuur hand in hand gaan. Van steeds meer pleinen is in de loop der tijd groen verdwenen. Ze zijn geheel verhard. Bij herinrichting van straten en pleinen moet weer meer ruimte worden gemaakt voor groen.
Dus:
• Behoud van ecologisch waardevolle gebieden, waaronder volkstuincomplexen
• Parken (De Nieuwe Ooster, Frankendael, Oosterpark, Flevopark, Diemerpark) dienen zo veel mogelijk
groen te bieden en goede speelmogelijkheden voor alle leeftijden. Ze moeten goed worden onderhouden
• Ook buiten de parken moeten de buurten voldoende groengebieden, in de vorm van plantsoentjes,
grasveldjes en zogeheten snippergroen
• Bewoners kunnen regelmatig worden gevraagd om mee te helpen met het onderhoud van het
buurtgroen. Zo raken ze nauwer betrokken bij de natuur in hun directe omgeving.
• Meer biodiversiteit in de stad (ijsvogel, ringslang et cetera)
• Meer bomen in het stadsdeel, ook fruitbomen
• In een kwalitatief hoogwaardige openbare ruimte worden bomen, groen en plekken om te spelen
gecombineerd
• Speeltuinen moeten vooral origineel, creatief en veilig zijn voor kinderen. Natuurspeeltuinen zoals
in Park Frankendael worden wat ons betreft norm in plaats van uitzondering.
Verkeer en verkeersveiligheid
Het stadsdeel dient een integrale visie te ontwikkelen op openbaar vervoer in – en van en naar -Oost. Voor de verder ontsluiting en toegankelijkheid van IJburg dient de Nuonweg open te blijven. Méérbelangen is voorstander van een nieuwe of doorgetrokken tramlijn die de Indische buurt ver¬bindt met de woningbouwlocatie Zeeburgereiland. De veiligheid van de zwakste verkeersdeelnemers (voetgangers en fietsers) staat hierbij voorop. Wij zijn daarom voorstander van vrij liggende en brede fietspaden, die duidelijk zijn gescheiden van de autoweg.
Voor de bewoners moeten er voldoende parkeerplaatsen in de buurt zijn, bij voorkeur ondergronds. Differentiatie in parkeerbeleid per buurt moet mogelijk zijn. Daarom moeten parkeertarieven en par-keertijden bepaald kunnen worden door het stadsdeel en niet van bovenaf door de centrale stad.
Dus:
• Voorrang voor fietsers en voetgangers als de zwakkere verkeersdeelnemers
• Veiligheid voor spelende kinderen door de openbare ruimte daarop in te richten
• Openbare ruimte zo veilig mogelijk inrichten voor visueel gehandicapten en verkeersdeelnemers die
moeilijk ter been zijn.
• Voldoende fietsparkeerplaatsen, zowel inpandig als op straat, vooral bij onderwijsvoorzieningen en
winkelcentra
• Meer standplaatsen voor autodelen
• In woonbuurten zo veel mogelijk 30-kilometerzones
•Verkeersveiligheid in en rondom scholen voortdurend monitoren, ook samen met de ouders en de schoolkinderen
• Bij herprofileringen vooraf met de gebruikers de nieuwe profilering op veiligheid toetsen
• Verkeersplannen steeds vooraf afstemmen met de gebruikers
• Auto’s zo veel mogelijk ondergronds parkeren. Bij nieuwbouw daar altijd op aansturen
• Bij aanleg van een ondergrondse parkeerplaats wordt, als de parkeerdruk dat toestaat, een parkeer¬
plaats op het maaiveld opgeheven
• Parkeerbalans per buurt steeds nauwlettend monitoren
• Blauwe zones instellen waar nodig bij openbare voorzieningen, zoals sportvelden en winkelcentra
• Maatwerk bij betaald parkeren in de verschillende buurten
•Alleen een railverbinding over land tussen IJburg enAlmere is acceptabel
• Openhouden van de Nuonweg
• Stand- en tevens oplaadplaatsen voor elektrische auto’s
Milieu en Duurzaamheid
Alles wat de overheid doet, moet gericht zijn op duurzaamheid, waarin ook onze kinderen, kleinkin-

deren en achterkleinkinderen een goed leven kunnen hebben. Dat betekent dat we het gebruik van fossiele brandstoffen moeten beperken.
Het aantal grotere horecavestigingen in het stadsdeel is toegenomen. Helaas heeft dit in een aantal gevallen ook voor extra geluidsoverlast gezorgd. Bij het al dan niet toestaan van nieuwe horecavestigin¬gen moet worden gelet op de risico’s van geluidsoverlast voor de omwonenden. Er wordt niet meege¬werkt aan verruiming van de geluidsnorm maar ingezet op geluidsisolatie van de betreffende vestiging
Dus:
• Het stadsdeel geeft het goede voorbeeld als het gaat om duurzame bedrijfsvoering. Dat wil zeg¬
gen: zuinig met energie, geen verspilling van grondstoffen, lichten in stadsdeelhuis ‘s avonds uit,
bij voorkeur reizen met openbaar vervoer, anders met elektrische of deelauto’s, dienstfietsen voor
medewerkers, duurzaam inkopen, catering biologisch en met regioproducten et cetera
• Bij, door of via het stadsdeel gefinancierde ondernemerscentra krijgen innovatieve, duurzaam
ondernemende bedrijven voorrang
• Keuzen voor duurzame oplossingen duidelijk laten zien aan de bewoners
• Elektrisch rijden stimuleren met voldoende oplaadpunten in het stadsdeel
• Recyclen van alle kleding, schoenen, apparaten et cetera vergemakkelijken
• Reparatie bevorderen als alternatief voor weggooien
• De aanleg van zelfvoorzienende wijken (water, energie, afval et cetera) dient te worden
gestimuleerd
• Ondernemingen uitdagen verder te gaan dan de wet milieubeheer voorschrijft.
Grote ondernemingen kunnen hier een voorbeeld in zijn
• Led-straatverlichting waar mogelijk
• Zoeken naar hergebruik van al het straatmateriaal
• Ondernemers, bouwers, projectontwikkelaars verleiden om warmte-koude-installaties te kiezen in
plaats van ouderwetse airconditioning
•Afvalscheiding stimuleren
• Tegengaan geluidsoverlast en adequate handhaving geluidsnorm, ook in de nachtelijke uren.
Water
Water is in het nieuwe stadsdeel Oost heel belangrijk. We leven voor een groot deel in polders of op kunst¬matige eilanden. Het stadsdeel kent vaarwater en recreatiewater, maar er zijn ook sloten en vijvers, gemaakt om verharding die elders is aangelegd, te compenseren. Ook is er grondwater, dat bij bewoners vaak voor overlast zorgt. Het stadsdeel moet er in overleg met de waterbeheerders voor zorgen dat ook water dat niet bevaarbaar is, eventueel bevaarbaar wordt of een functie krijgt als recreatiewater of natuurzone. Voor kleine pleziervaart moeten er voldoende kleine (buurt)jachthaventjes zijn. Bestaande jachthavens met helling en onderhoudsmogelijkheden dienen behouden te blijven. Ook buurtsteigers voor de bewoners moeten gefa-ciliteerd worden. Te hoog grondwater moet worden bestreden door herstel van niet meer functionerende polderriolen. Innovatie op watergebied is nodig om goed te kunnen inspelen op klimaatverandering.
Dus:
• Voldoende jachthaventjes/steigers voor kleine pleziervaart
• Behoud van bestaande jachthavens met onderhoudsmogelijkheden
• De ringvaart tussen Amstel en Nieuwe Diep moet bevaarbaar worden gemaakt; de sluisdeuren die
invaart onmogelijk maken, moeten worden aangepast
• Herstel van polderriolen en in het verleden gedempte sloten moet worden gestimuleerd

Veiligheid op straat
Veiligheid op straat, en in en om de woning, is een belangrijk goed. Het stadsdeel moet die veilig¬heid bieden, via een combinatie van welzijnsbeleid, jeugdbeleid, buurtbeheergroepen, buurtpreventie, woningbouwverenigingen en meer politie op straat. Bewoners moeten worden geactiveerd om hun eigen woonomgeving veilig en leefbaar te houden. Een veilige straat begint bij het kennen van je buren. Cameratoezicht kan een tijdelijke oplossing zijn, maar is geen vervanging voor politietoezicht op straat. De politie moet méér en zichtbaar op straat aanwezig zijn. Het stadsdeel moet onderzoeken op welke wijze het daarin een rol kan spelen. Onveilige plaatsen moeten doorlopend in beeld worden gebracht en planmatig veiliger worden gemaakt. Politieposten moeten alle delen van het stadsdeel bestrijken. De politiepost op IJburg dient geopend te blijven.
Bij nieuwbouwprojecten moet in het ontwerp ook met veiligheid rekening worden gehouden. Voor de veiligheidsbeleving en sociale controle is het wenselijk dat op ‘straatniveau’ wordt gewoond en dat deze bouwlaag niet slechts wordt gebruikt voor bergingen en technische ruimten.
• Politie moet meer en zichtbaar aanwezig zijn op straat en bij sportvelden
• Het stadsdeel moet meer specifieke aandacht besteden aan overlast van drugsverslaafden
en hangjongeren
• Waar mogelijk dient deze overlast in een vroeg stadium op creatieve manier te worden aangepakt, bijvoorbeeld door het inzetten van straatcoaches
•Voor jongeren moeten meer plekken komen waar zij kunnen “hangen” zonder andere buurtbewoners te storen

Economie
Het stadsdeel is gebaat bij een vitaal bedrijfsleven. Een gevarieerd winkelaanbod is niet alleen van belang voor het voorzieningenniveau in de buurten, het zorgt ook voor werkgelegenheid voor de bewoners. Maar ook andere bedrijven zijn van belang voor de werkgelegenheid en bedrijvigheid op straat. Méérbelangen is voor een veelzijdig bedrijfsaanbod. Ook kleinere productiebedrijven moeten op bedrijfsterreinen, zoals het Cruquiusgebied, hun plek kunnen vinden.
Wij vinden het belangrijk dat alle buurten in het stadsdeel een goed voorzieningenniveau hebben. Vooral ouderen die wat minder mobiel zijn, hebben baat bij basisvoorzieningen zoals een buurtwinkel, een pinautomaat en een postservicepunt dicht bij huis. Waar zulke voorzieningen dreigen te verdwijnen, moet het stadsdeel zich sterk maken voor behoud. Dat kan bijvoorbeeld door afspraken te maken met corporaties en in bestemmingsplannen dergelijke voorzieningen te beschermen.
Dus:
• Kleinere productiebedrijven voor het stadsdeel behouden.
• Actief beleid om basisvoorzieningen in een buurt te krijgen of te houden.

This entry was posted in Over Méérbelangen. Bookmark the permalink.

One Response to Programma Méérbelangen 2014-2018

  1. Cleem van den Burg says:

    Beste mensen van Meerbelangen,
    Ik ben benieuwd naar jullie standpunt inzake Airbnb en soortgelijke kortdurende verhuur.
    Met vriendelijke groet

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>